zaterdag 25 april 2015

Blauwe druifjes als fotomodel

Onlangs heb ik me een tijdje vermaakt met wat blauwe druifjes (Muscari botryoides). Ik vind het eigenlijk wat stijve bloemetjes maar toch wil ik ze graag in mijn tuin want ze zijn van nut voor insecten. De uitdaging voor mezelf was om van deze bloemensoort toch aansprekende foto's te maken.


Waar moet je beginnen als je zo'n groepje blauwe druifjes hebt, al die verschillende bloeistengeltjes staan daar zo massaal bij elkaar en ook iedere bloeistengel op zich is al zo'n compact geheel.



Het is even zoeken en kijken hoe ik die bloemetjes zo goed mogelijk tot zijn recht kan laten komen. De naam blauwe druif vind ik toch wel heel goed gekozen voor deze bloemetjes, als je ze zo mooi close ziet dan zijn het echt net mini druiventrosjes. Ook de witte randjes die blauwe druifjes hebben kun je met de macrolens fraai in beeld brengen en als ik zo met deze bloemetjes bezig ben begin ik ze eigenlijk steeds mooier te vinden.





Ook de achtergrond speelt natuurlijk een grote rol en ik verbaas me er steeds weer over hoeveel verschil je kan creëren door je positie soms maar miniem te veranderen. Leuk om daar mee te experimenteren en zo te zoeken naar de mooiste achtergrond. Het is een persoonlijke smaak en niet iedereen zal daarin denk ik hetzelfde kiezen. Soms kan ik zelf trouwens ook niet kiezen wat mijn eigen favoriet is.




Ik heb ook nog even gespeeld met de scherpte en de belichting, spannend om zo verschillende sferen te krijgen. Allemaal probeersels waar je in je eigen tuin ongestoord mee aan de slag kunt gaan. Heerlijk vind ik dat, zo creatief "rommelen" met de macrolens, dat is niet te vergelijken met bijvoorbeeld vogelfotografie, waar de mogelijkheid voor creatieve fotografie een stuk geringer is, maar waar ik me overigens ook graag mee bezig houd, lang leve de variatie.



Tot besluit nog een paar foto's waar ik ik ook best tevreden mee ben. De lente en de zomer zijn fijne seizoenen voor macrofotografie, dus er zal de komende tijd nog wel menig macroblogje hier verschijnen. Het volgende blog zal echter vermoedelijk weer een vogelblog worden want op dat gebied is er momenteel ook weer van alles te beleven.


zaterdag 18 april 2015

Ooievaar wacht op een partner...

Het is voor veel vogels weer de tijd van nesten bouwen en een partner zoeken. Ik heb een even een ooievaarsnest opgezocht waar ik vorig jaar menig uurtje heb doorgebracht. Uiteindelijk bleek het paartje dat het nest bezette geen jongen voort te brengen, maar wie weet gaat het dit jaar beter.



Toen ik 3 april bij het nest aan kwam stond er één ooievaar op het nest, dat was stemde mij vrolijk, want wie weet was er ook wel een partner in de buurt. Maar voorlopig moest ik het doen met deze ene ooievaar, die overigens prima meewerkte als fotomodel, dus wat dat betreft had ik niks te klagen.



Ooievaars kunnen soms jarenlang gebruik maken van hetzelfde nest, hoewel ze niet echt monogaam zijn. Alleen tijdens het broedseizoen zijn ze echt samen, maar soms vormen ze toch jaren achtereen een paar. Ik neem aan dat ik hier ook naar het mannetje stond te kijken, die flink in de weer was om van het nest een mooi gespreid bedje te maken met lekker zacht hooi. Maar vooralsnog was er geen lieftallige ooievaarsdame te bespeuren waar hij dat bedje mee zou kunnen delen.



Regelmatig stond de ooievaar even naar boven te turen. Uiteraard weet ik natuurlijk niet precies waarnaar hij tuurde, maar op een gegeven moment waren er twee buizerds aan het rondcirkelen in de lucht. Ik kan me voorstellen dat de ooievaar een beetje verlangend dacht, dat wil ik ook wel, heerlijk even samen met mijn partner zweven op de thermiek. Maar ja helaas voor de ooievaar was er nog steeds geen liefje te bekennen.




Ik heb een aantal uren samen met de eenzame ooievaar staan wachten en samen met hem de lucht staan afspeuren. Opeens kwam de ooievaar helemaal in actie en keek nog eens extra omhoog en toen ik zijn blik volgde zag ik een ooievaar aankomen! De ooievaar op het nest begon zijn mooie klepperhouding aan te nemen en klepperde vol overgave naar de soortgenoot hoog boven hem. Maar helaas de liefde bleek niet wederzijds en de andere ooievaar vloog zonder blikken of blozen voorbij het nest om in de verte te verdwijnen.




Tja en daar sta je dan als ooievaar hoog boven op je nest dat je zo keurig in orde hebt gemaakt en dan willen ze niet het nest met je delen. Na tweeënhalf uur wachten vond onze ooievaar het denk ik wel mooi geweest. Je kon zien dat hij zo wilde vertrekken dus ik stond er al klaar voor, desalniettemin werd ik toch een beetje verrast door de snelheid waarmee zo'n grote vogel weg vliegt.
Toen het nest helemaal leeg was ben ik ook maar vertrokken, inmiddels heb ik begrepen dat er nu twee ooievaars samen op het nest gezien zijn dus ik moet er maar gauw eens weer naar toe. Ik heb ook nog een ander nest gevonden waar een paartje op zit en het lijkt er op dat daar al gebroed wordt, dus ik hoop dit jaar jonge ooievaars te kunnen fotograferen.


zaterdag 11 april 2015

Weer Adders kunnen bewonderen

Het heeft even geduurd, maar op 5 april heb ik mijn eerste adders van 2015 weer gezien, ik heb het even opgezocht, een maand later dan de twee jaar ervoor namelijk in 2013 op 5 maart en in 2014 op 6 maart.
Ik ben er blij mee en heb drie adders uitgebreid kunnen bewonderen, zolang de zon niet achter de wolken verdween. 's Nachts had het nog flink gevroren en als de zon achter de wolken schuil ging was het echt niet warm en kropen de adders weer in de vegetatie en was het wachten geblazen tot de zon er weer was en de adders weer tevoorschijn kwamen.



Ik was al een paar keer wezen kijken in mijn vaste addergebiedje, maar tot nu toe had ik nog geen adder aangetroffen. Nu is het trouwens ook best lastig om ze op te sporen, ze zijn niet echt groot, hebben een goede schutkleur en soms liggen ze ook nog (deels) verscholen tussen de vegetatie. Het is dus sowieso een kwestie van enorm goed speuren en daarnaast hetzelfde paadje een paar keer op en neer lopen. Deze adder was ik eerst ook voorbijgelopen, maar op de terugweg zag ik hem opeens wel liggen, wellicht zat ie eerst nog meer verstopt en was hij weer richting het zonlicht gekropen. Op een gegeven moment kroop deze adder ook weer weg toen de zon verdween en kon ik hem alleen maar meer zien omdat ik wist waar hij zat, een addertje onder het gras.



Adders zijn niet zo heel groot, zo op het beeldscherm kun je wel een fout idee krijgen over het formaat van een adder, maar opgerold zijn ze niet veel groter dan een flinke hondendrol, maar wel veel mooier! Adders en hondendrollen hebben wel gemeen dat je er beter niet op kunt gaan staan, al is dat wel vanwege een verschillende reden.
Als je gewoon op de paden blijft is de kans niet zo heel groot dat je op een adder trapt en in tegenstelling tot wat veel mensen denken, valt een adder je niet zomaar aan, maar zal je liever uit de weg gaan. De kans om gebeten te worden is er als je van de gebaande wegen afgaat en vooral als je een adder probeert te pakken. Het pakken van een adder is naast dom ook verboden, adders zijn zeldzame beschermde dieren die je niet mag verstoren en dus ook niet oppakken.





Zoals gezegd kropen de adders de vegetatie weer in als de zon verdween, blijkbaar is het daar dan toch behaaglijker en natuurlijk veiliger voor ze. Een adder in de vegetatie loop je echt zomaar voorbij en geen wonder eigenlijk dat veel mensen dan ook nooit een adder zullen zien, ook al komen ze in gebieden waar ze voorkomen. Ik moest anderen die nieuwsgierig bij me kwamen ook uitgebreid instrueren waar ze moesten kijken voor ze de adders ontdekten. Af en toe werkten de adders zelf mee door weer wat meer uit de begroeiing tevoorschijn te komen.




Adders zijn onder andere herkenbaar aan hun rode ogen en verticale donkere spleetvormige pupil. Bij de adder hierboven zie je echter een heel ander oog. Wat je ziet is een vlies dat deel uitmaakt van de huid van de adder en als je dat vlies zo duidelijk ziet is dat een teken dat de adder binnen afzienbare tijd zal vervellen. Het oude vel wordt vanaf  de kop afgestroopt en met wat geluk kun je soms zo'n lege huid ergens zien liggen. Het is dan binnenste buiten gekeerd en ook de plek van de ogen is dan heel goed te herkennen.




Tot besluit nog een paar foto's van een super mooie adder, een mannetje met een prachtige grijsgroene kleur en een forse afmeting. Werkelijk een prachtig dier om te zien en ook nog eens heel actief en prachtig vrij liggend. Adders liggen vaak behoorlijk passief in de zon, maar het is echt heel mooi als je ze rond ziet bewegen. Zo mooi soepel gaan ze overal tussendoor, ik vind dat heel fascinerend om te zien hoe vloeiend zo'n slang beweegt, ik kan daar tijden naar kijken. Helaas is het vaak zo dat je zo'n actief dier uiteindelijk uit het oog verliest doordat hij in de graspollen of heidestruiken verdwijnt. Ook deze schitterende adder verdween uiteindelijk uit zicht, maar wie weet kom ik hem de komende weken nog eens weer opnieuw tegen.
Het jaar 2015 is het jaar van de adder, kijk bijvoorbeeld even op de RAVON-site voor meer informatie en activiteiten rond de adder.



maandag 6 april 2015

Bosanemonen voor de lens

Als het lente wordt en de eerste voorjaarsbloemetjes verschijnen,wordt de macrolens weer een van mijn favoriete objectieven.
Heerlijk om in alle rust te genieten van de bloemetjes en te proberen daar fraaie foto's van te maken.
Na de sneeuwklokjes en de krokussen zijn deze keer de bosanemoontjes (Anemone nemorosa) aan de beurt, kleine schoonheden, waar ik ieder voorjaar weer naar uit kijk.


Een uitdaging is het wel om deze stralend witte bloemetjes goed vast te leggen. Je hebt zon nodig, want anders gaan de bloemetjes niet open, maar de zon maakt het belichten wel heel lastig en overbelichtte plekken en/of scherpe schaduwen liggen op de loer. Gelukkig had ik een wit parapluutje meegenomen zodat ik de zon wat kon temperen. Maar de foto hierboven is dus zonder gebruikmaking van de paraplu gemaakt.




Terwijl een merel prachtig zingt en een tjiftjaf en een boomklever hun roep laten horen ga ik op zoek naar mooi composities en dat viel nog niet echt mee. Merkwaardig is dat toch dat je bloemetjes prachtig vind en dat het dan zo lastig blijkt te zijn om dat dan ook mooi vast te leggen. Aan de andere kant is het natuurlijk ook juist het avontuur om te zoeken naar de ultieme compositie, een zoektocht waar overigens volgens mij nooit een eind aan komt.




Het mooie van bloemetjes is dat ze niet weglopen en je er dus eindeloos omheen kunt lopen, kruipen en liggen. Het was eerste paasdag rustig op de plek waar ik aan het fotograferen was en zo kon ik ongestoord mijn gang gaan en me fijn vermaken met deze mooie bloemetjes. ze hebben ook van die prachtige gele meeldraden, die verdienen het ook om goed in beeld te komen.




Eigenlijk zocht ik ook naar nog wat zachtere sprookjesachtiger beelden, maar dat wilde niet echt lukken. De foto's hierboven komen enigszins in de buurt van mijn bedoeling, maar helemaal tevreden ben ik er niet mee. Maar er zijn nog wel even bosanemoontjes dus wellicht kan ik het op een andere plaats nog eens even opnieuw proberen. Met deze serie heb ik me wel prima vermaakt en er waren zomaar twee-en-half  uur verstreken. Toen het drukker werd, was het tijd om te vertrekken om niet telkens te hoeven uit te leggen dat je niet onwel geworden bent maar ligt te fotograferen...




donderdag 2 april 2015

Scholeksters zijn een luidruchtige vogelsoort

De scholekster (Harmatopus ostralegus) is een forse zwart/witte vogel met een grote stevige oranje snavel, hij is eigenlijk niet te verwarren met welke andere vogel dan ook.
Scholeksters zijn vogels die zich vaak laten horen met een schril en doordringend roepen van "tepiet tepiet", die roep heeft  ze de bijnaam "bonte pieten" of "pieten" bezorgd.



Het schijnt dat scholeksters (Haematopus ostralegus) ieder jaar terugkeren naar hun eigen vaste broedplek. Ieder jaar zie ik op een plek op een van mijn rondjes een paartje scholeksters rondscharrelen en ik mag dus aannemen dat dit dezelfde scholesters zijn die ik ook vorig jaar en de paar jaar hiervoor al heb gezien. Wellicht hebben ze mij ook wel herkent en gedacht, daar is dat mens met die camera ook weer.




In de winter verblijven de meeste scholeksters aan de kust, met name de Waddenkust en bij Zeeland. Oorspronkelijk bleven ze daar ook broeden maar sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw trekken ze ook meer het binnenland in en broeden dan in weilanden en akkerlanden. Het is bijzonder dat je kunt zien aan de snavel of een scholekster altijd aan de kust verblijft of dat hij ook in het binnenland vertoefd. De kustbewoner heeft een wat meer stomp snaveluiteinde door al het timmeren op de harde mossels en kokkels, terwijl de weilandbewoners een snavel hebben met een puntiger uiteinde, die bovendien vaak wat langer is doordat ie met regenwormen vangen minder slijt.


Ik hoop nog eens te ontdekken waar dit paartje scholeksters hun nestje maakt, een nestje dat overigens amper die naam mag hebben,want veel werk wordt er niet gemaakt van de plek waar het vrouwtje de eieren legt. Meestal worden er drie eieren in het nest gelegd en de ouders dragen er samen zorg voor dat de eieren worden uitgebroed en ze blijven ook nog wel een half jaar samen zorg dragen voor hun jongen. Heel zorgzame ouders zijn het en ook best pittige vogels daar waar het gaat om het verdedigen van hun territorium. Ik weet het niet helemaal zeker maar volgens mij was de vogel hierboven een mannetje dat zijn vrouwtje wilde verrassen met een heerlijke dikke regenworm. Het vrouwtje had het echter veel te druk met zelf voedsel zoeken en het lukte het mannetje niet om het vrouwtje in te halen, zodat hij de worm uiteindelijk zelf maar op at.





Onvoorstelbaar trouwens hoeveel regenwormen en andere larven uit de grond werden gepeurd. Ik las ergens dat ze iedere dag zo'n 250 gram aan voedsel naar binnen werken, dat is ongeveer de helft van hun lichaamsgewicht! En moet je nagaan dat ze straks dan ook nog eens jongen groot moeten brengen, je kunt je voorstellen dat voedselgebrek dan snel dramatische gevolgen kan hebben. Hier leek er nu gelukkig ruim voldoende voedsel beschikbaar en voor mij alle gelegenheid om dat gedrag uitgebreid te bekijken en vast te leggen.



Nog lang niet alle scholeksters zijn aan het broeden en hier en daar kom je wel groepjes luidruchtige scholeksters tegen. Af en toe kun je die dan in een gezamenlijke baltsceremonie bijeen zien staan en hun luidste roep ten gehore brengen, zo luid en schril dat het bijna pijn doet aan je oren. Ook 's nachts kun je nu groepjes scholeksters voorbij horen komen, want ook dan houden ze hun snavel niet dicht. Scholeksters kunnen behoorlijk oud worden, namelijk gemiddeld zo'n jaar of zestien en er is wel eens een scholekster geweest die meer dan veertig jaar is geworden. Ik heb natuurlijk geen idee hoe oud dit paartje is maar het zou zomaar kunnen dat ik ze nog diverse jaren terug ga zien.




Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...