vrijdag 1 juni 2012

Meikevers vliegen weer volop

Als je goed rond kijkt zie je momenteel  overal Meikevers (Melolontha melolontha) vliegen, tenminste als je in midden en oost Nederland woont want daar komt de Meikever algemeen voor.
Forse kevers van zo'n 3 cm zijn het en als je ze al niet ziet wordt je er vaak wel opmerkzaam op gemaakt door hun luidruchtige manier van vliegen.



Ooit was de Meikever zeer algemeen en werd gezien als een schadelijk insect waarvan vooral de dikke larven, ook wel emelten genoemd, zorgden voor schade aan gazons en gewassen doordat ze in de grond zich te goed doen aan de wortels van graszoden en gewassen.


Volwassen Meikevers eten bladeren en worden in bomen aangetroffen, vaak in Zomereiken maar ook wel zoals op bovenstaande foto in bijvoorbeeld Walnotenbomen en verder onder andere op Beuken. Door verdelging met insecticiden waren Meikevers op een gegeven moment zelfs zeldzaam en op veel plekken volledig uitgeroeid. Maar nu zijn ze dus weer algemeen  in het midden en oosten van Nederland. Het ene jaar zijn er wel meer dan het andere jaar en dat komt omdat de Meikever drie tot vier jaar in de grond doorbrengt als larve.

jonge Meikever heeft veel haartjes op de dekschilden

bij het ouder worden slijten de haartjes op de schilden

Twee jaar geleden redde ik deze Meikever uit mijn vijver en als tegenprestatie moest de Meikever wel even voor me poseren. Ondertussen kon hij dan mooi opdrogen dat leek me een mooie combinatie.
Deze Meikever was nog niet zo oud, dat kun je zien doordat de dekschilden nog helemaal behaard zijn, bij oudere kevers slijten die haren, dat kun je op de onderste foto zien van een dode Meikever, die bijna geen haartjes meer op de dekschilden heeft.


Als de Meikever niet vliegt zijn de vleugels opvouwen onder de dekschilden

Het zijn best grote insecten en in combinatie met het luide brommende geluid bij het vliegen maakt het dat mensen ze nog al eens griezelig vinden. De Meikever is in die zin echter onschuldig want hij bijt niet en ook is het geen insect dat steekt. Ze vliegen vaak 's avonds en in de schemering en oriënteren zich daarbij op de maan. Als er lampen zijn kunnen ze daar omheen gaan vliegen omdat ze daardoor gedesoriënteerd raken.



Mijn Meikever droogde mooi op en ging er steeds beter uitzien en werd ook steeds actiever.
Af en toe werden de vleugels al even gestrekt en ik hoopte een mooi vlieg beeld te maken. Het werd eerst nog een tussen stop op een tuinstoel na een heel kort proefvluchtje.



Daarna heb ik de Meikever nog even weer op het houtstammetje gezet omdat ik dat een mooiere opstijgplek vond.
En ja hoor toen de Meikever helemaal opgedroogd was werden de vleugels opnieuw uitgeslagen en luid ronkend steeg hij op naar de pergola...



Echter die pergola heeft onze arme Meikever nooit bereikt want  een Merel had stiekem zitten wachten op dit moment en kwam begerig aangesneld en greep de dikke Meikever met zijn gele snavel  stevig beet en kwam daarna met zijn buit demonstratief voor me staan kijken.


Tja en zo had ik met de beste bedoelingen de Meikever gered om hem nog een tijdje vrolijk rond te laten vliegen, maar deed de Merel zich vervolgens maar al te graag te goed aan zo'n heerlijk en gezond eiwitrijk hapje, zo gaat dat in de natuur, eten en gegeten worden.

dinsdag 29 mei 2012

Schietmotten en Kokerjuffers

In de natuur leven talloze diertjes waar we vaak helemaal niets over weten, maar die een dusdanig interessante levenswijze hebben dat het de moeite waard is om daar aandacht aan besteden.
In deze blog komen de Schietmotten (Trychoptera) en Kokerjuffers aan bod een heel bijzondere insectenfamilie.
Als we het hebben over een Schietmot of een Kokerjuffer, dan hebben we het over hetzelfde dier.
De Schietmot is het volwassen insect en de Kokerjuffer is hetzelfde insect maar dan in zijn larvestadium.

Schietmot

Stippelmot- een nachtvlinder

De Schietmot lijkt wel wat op een Nachtvlindertje en zeker als je met beide  insectensoorten niet zo heel goed bekend bent, kun je deze twee makkelijk met elkaar verwarren.
Een Schietmot is te herkennen doordat hij behaarde vleugels heeft, terwijl die van een nachtvlinder gekleurde schubben heeft.

Kokerjuffer

Kokerjuffer

De larven van een Schietmot bouwen een soort kokertje waarmee ze zich beschermen en waar ze in hun larvenstadium vertoeven. Vanwege het bouwen van zo'n omhulsel worden ze Kokerjuffers genoemd.
Er zijn veel soorten Schietmotten en de larven van die verschillende soorten maken niet allemaal eenzelfde omhulsel. Er zijn kokers die gemaakt worden van plantaardig materiaal, maar ook zand en kiezels of een combinatie van materialen. Het gebruik van het materiaal is specifiek voor de soortgroepen.

Schietmot

Schietmot

 Ik had de afgelopen jaren  al verschillende soorten Schietmotten gezien en gefotografeerd, maar mijn wens was om ook eens een kokerjuffer te zien en te kunnen fotograferen. Ik kende ze wel uit mijn jeugd maar ik had ze al vele jaren niet meer gezien.
Tijdens de bloggersdag in Nationaal Park Drentsche Aa toen we zaten te pauzeren ging mijn wens in vervulling.

Kokerjuffer

We zagen een Kokerjuffer door het water scharrelen en ik kan je vertellen dat je daar goed voor moet kijken want het is net of er een stokje in het water ligt. Maar dat stokje bewoog tegen de stroom in en dan kan het alleen maar een levend stokje zijn. Om het eens even goed te bekijken hebben we het even uit het water gehaald.

Kokerjuffer

Kokerjuffer

Zo'n omhulsel is een verbazend knap geconstrueerd kokertje en je ziet van dichtbij dat het uit allemaal deeltjes bestaat die op de een of andere manier aan elkaar geplakt worden. Bij dit kokertje heeft de larve er een extra lang stokje bij aangeplakt, het lijkt wel een soort roer, maar ik heb ook gelezen dat zo'n larve dat doet om er voor andere dieren onsmakelijker uit te zien.

Kokerjuffer de larve is gedeeltelijk te zien

Kokerjuffer

Als je goed kijkt kun je zien dat er een larve in  de koker zit, hij kwam wel steeds wat naar buiten maar dook ook even snel zijn holletje weer in. Maar op deze foto's kun je zien dat hij er wel in zit, op de bovenste foto komt hij iets naar buiten en op de onderste foto heeft ie zich weer schielijk teruggetrokken.

Kokerjuffer

Kokerjuffer

Na bewezen diensten mocht de larve uiteraard weer het water in en daar zagen we hem weer als vanouds bewegen. De larven kunnen wel even buiten het water zijn maar moeten daarna wel weer het water in om te kunnen overleven.

Schietmot

Schietmot

Bijzondere dieren met een bijzondere levenswijze die zich meestal buiten ons gezichtsbereik afspeelt. De Schietmotten zijn overigens best te ontdekken langs de waterkant, waar ze zich dan bevinden op de vegetatie zoals op Gele Lissen.

zondag 27 mei 2012

Bloggersdag in Nationaal Park Drentsche Aa

Een mooiere dag hadden we niet kunnen wensen op de eerste bloggersdag op 26 mei 2012, die op initiatief van Kees Boele en Natuurkieker door Kees werd georganiseerd.
Een prachtige dag die begon met koffie en zelfgebakken kruidkoek van Kees en onderwijl konden de 5 bloggers en hun metgezellen reeds een prachtige donkerrode slijmzwam bewonderen die zich op een dood stuk hout bevond. Op de blog van Kees staat een foto van deze mooie slijmzwam.


Onze dag begon bij de Gasterse Duinen, een mooi heidelandschap, waar van alles te zien valt op het gebied van onder andere  insecten en vogels. Vogels zaten op behoorlijke afstand, maar met verrekijkers waren onder andere Kneutjes en Geelgorzen wel te bekijken en zelfs een Grauwe klauwier, voor mooie foto's zaten ze helaas te echt ver weg.



Voor natuurlijk onderhoud grazen er zowel Schoonebeker Heideschapen als Schotse Hooglanders en vanwege de warmte hadden ze de verkoeling gezocht van de bomen.

rups Kleine Hageheld

rups Perentak

Zowel Kees als ook Ubel zijn  ook kenners van de kleine beestjes en hebben een zeer opmerkzaam oog voor dat kleine spul. De bruinerode rups valt nog wel op, maar voor het vinden van de onderste rups moet je toch wel van goede huize komen. Zelfs toen ik wist dat er een rups zat moest ik nog even zoeken waar hij dan wel niet zat, wat een camouflagekleur en -houding. En ja ik moet bekennen dat ik de namen van beide rupsen vergeten ben... maar met dank aan Kees zijn de namen er nu wel : Kleine Hageheld, een spinner, en de Perentak. Grappig om te horen dat de tweede rups van de Perentak is; op mijn eerste wandeling samen met Kees in februari hebben we namelijk de vlinder van de Perentak gezien, met ook al zo'n geweldige camouflage.



Het beekdal van de Drentsche Aa vind ik een van de mooiste gebieden van Drenthe en vooral nu de Orchideeën bloeien is het er echt schitterend. Ik heb enorm genoten van al die mooie bloemen.  
Het is werkelijk een prachtig gezicht een veld vol van die mooie paarse schoonheden.





En van de bloemen gingen we dan weer naadloos over op bijvoorbeeld kevertjes.
Zo vonden we een dode Drietandkever (Thyphaneus thyphaneus) een mestkeversoort die leeft van koeien-, schapen-, en konijnenmest. Een redelijk forse kever die opvalt door de drie horens voor op zijn schild.
Ook leuk was de ontdekking van een Zwavelzwam (Laetiporus sulphureus) die vol zat met kevertjes, namelijk Boletenzwartlijf (Diaperis boleti). Het zijn kleine zwarte kevertjes met oranje banden en ze leven uitsluitend van zwammen die op bomen groeien  zoals deze Zwavelzwam.


De Drentsche Aa is ook een gebied waar veel libellen te vinden zijn waaronder deze prachtige Weidebeekjuffers wat mij betreft een van de sierlijkste libellensoorten die je kunt aantreffen.
Helaas gaven de Weidebeekjuffers ons niet veel kansen om ze vast te leggen, maar hij staat er op!


Rond deze tijd is het beekdal een bloemenzee, niet alleen met orchideeën, maar ook met Boterbloemen, Zuring en andere kruiden. Het levert prachtige kleurschakeringen op en en de schilder Monet zou zich hier vast ook wel thuis gevoeld hebben.



Nog een paar planten die er voorkomen zijn het zeldzame Verspreidbladig Goudveil, dat voorkomt aan de vochtige beschaduwde oevers van de drentsche Aa.
En ook mooi om te zien is de Holpijp, een familielid van de Heermoes , die  beiden behoren tot de Paardenstaartenfamilie  en met het tegenlicht heel fotogeniek. Holpijp komt voor in de natte gebieden van het beekdal van de Drensche Aa.


Langs dit soort prachtige paden liepen we door dit unieke stuk Drentse natuur. Naast veel onderling gekeuvel tussen de bloggers en de andere natuurliefhebbers ook veel gekeuvel van vogels, waarvan we meer gehoord hebben dan gezien. De koekoek heeft ons zo'n beetje de hele dag begeleid, we hoorden zelfs een of meerdere Kwartels roepen en ook bijvoorbeeld Tuinfluiter en Fits en Rietgors.


Aan het eind van de dag was de conclusie dat we een fantastische dag hebben gehad door een bijzonder mooi natuurgebied. Erg leuk om zo kennis te maken met een aantal medebloggers en andere natuurliefhebbers en te ervaren dat je dezelfde fascinatie hebt voor de natuur maar daar allemaal op eigen unieke wijze invulling aan geeft.
Groot compliment voor Kees die deze dag perfect verzorgd heeft, met een prachtige route, een heerlijke picknicklunch en zijn vele interessante en enthousiaste verhalen onderweg.

vrijdag 25 mei 2012

De Nachtpauwoog, prachtige nachtvlinder

De meeste mensen zullen de Dagpauwoog (Inachis io) wel kennen, maar dat er ook een vlinder voorkomt die Nachtpauwoog (saturnia pavonia) heet, zal denk ik bij veel minder mensen bekend zijn.
Onlangs had ik het genoegen om een vrouwtje Nachtpauwoog uitgebreid te kunnen bekijken en fotograferen.

Dagpauwoog
Nachtpauwoog

Een Dagpauwoog kun je in je eigen tuin wel aantreffen, maar voor een Nachtpauwoog moet je op de heidevelden zijn en op droge graslanden. Een beetje geluk moet je er dan ook nog wel bij hebben want Nachtpauwogen hebben geweldige schutkleuren waarmee ze goed gecamoufleerd zijn.



Dat beetje geluk had ik toen ik een plekje had gezocht om even wat te drinken. Het eerste geluk was dat ik op tijd zag dat het plekje waar ik eerst wilde gaan zitten was geannexeerd door mieren. Toen ik daarna een ander zitplekje had uitgekozen viel mijn oog op iets in de struikheide. Ik dacht zo van afstand dat het een oude vergane Dagpauwoog was, maar toen ik dichterbij kwam zag ik dat het een andere vlinder met ogen was, een Nachtpauwoog.



Ik zei al dat je wel wat geluk moet hebben om een Nachtpauwoog tegen te komen, ze komen niet zo heel veel voor en dit exemplaar was een vrouwtje en die vliegen overdag niet, maar rusten dan uit in een struik laag bij de grond. Ik had dus geen betere plek kunnen uitzoeken om zelf even uit te rusten. Het is een van de grootste vlinders die je in Nederland kunt aantreffen, het vrouwtje is 3,5- 4,1 cm en het mannetje blijft daar wat achter met 2,7- 3,2 cm.



Dit vrouwtje heeft als enige taak in haar korte leven van slechts een dag of vijf om te zorgen dat ze kan paren.
Daarvoor scheidt ze lokstoffen  af die de mannetjes tot op enkele kilometers afstand kunnen opvangen met hun grote voelsprieten. Op een vrouwtje komen vaak meerdere mannetjes af, waarvan ze maar met een zal paren nadat de mannetjes hebben uitgevochten wie de sterkste is.



De vlinder leeft dus maar heel kort en het merkwaardige is dat ze ook niet eet in die dagen. Sterker nog, de vlinder kan helemaal niet eten want  de monddelen en een roltong zoals de andere vlinders die hebben ontbreekt zelfs totaal. Dat zijn toch merkwaardige feiten om te weten en het is, vind ik, heel bijzonder dat zo'n dier zich zo ontwikkeld heeft dat ie alleen maar voor de voortplanting hoeft te zorgen. Rustend in een struikje lokstoffen produceren, verder geen energie verspillen tot ze heeft gepaard met een mannetje.




Direct na de paring stopt het vrouwtje met het afscheiden van lokstoffen en kort daarna legt ze haar eitjes rond een dun takje van een waardplant. Daaruit komen later in mei -augustus rupsjes tevoorschijn die eerst zwart zijn maar als ze hun eindstadium bereiken zijn het flinke rupsen van 4,5 -6 cm waarbij de vrouwelijke rupsen het grootst worden en de kleur veranderd in fel groen met gele of roze borstels en zwarte strepen.



Als een rups verpopt wordt er een bijzondere en goed beschermende flesvormige  cocon gevormd. Een pop kan wel enkele winters overwinteren voordat in het voorjaar in april of mei een jonge Nachtpauwoog de bescherming van de cocon verlaat om zijn of haar aandeel te hebben in de voortplantingscyclus.
Een prachtige nachtvlinder die dus maar heel kort leeft en je niet zo vaak zult aantreffen, maar zeer de moeite waard om er naar uit te kijken als je in het voorjaar op een heideveld loopt.